Arthur Rimbaud - Une saison en enfer - 005 - Mauvais sang 04 (Dutch translation)

French

Une saison en enfer - 005 - Mauvais sang 04

. . On ne part pas. — Reprenons les chemins d’ici, chargé de mon vice, le vice qui a poussé ses racines de souffrance à mon côté, dès l’âge de raison — qui monte au ciel, me bat, me renverse, me traîne.
 
. . La dernière innocence et la dernière timidité. C’est dit. Ne pas porter au monde mes dégoûts et mes trahisons.
 
. . Allons ! La marche, le fardeau, le désert, l’ennui et la colère.
 
. . À qui me louer ? Quelle bête faut-il adorer ? Quelle sainte image attaque-t-on ? Quels cœurs briserai-je ? Quel mensonge dois-je tenir ? — Dans quel sang marcher ?
 
. . Plutôt, se garder de la justice. — La vie dure, l’abrutissement simple, — soulever, le poing desséché, le couvercle du cercueil, s’asseoir, s’étouffer. Ainsi point de vieillesse, ni de dangers : la terreur n’est pas française.
 
. . — Ah ! je suis tellement délaissé que j’offre à n’importe quelle divine image des élans vers la perfection.
 
. . Ô mon abnégation, ô ma charité merveilleuse ! ici-bas, pourtant !
 
. . De profundis Domine, suis-je bête !
 
Submitted by Guernes on Wed, 01/11/2017 - 14:37
Last edited by Guernes on Thu, 09/11/2017 - 17:17
Align paragraphs
Dutch translation

Slecht bloed 04

. . We vertrekken niet. – Laten we de wegen vanaf hier hernemen, beladen met mijn ondeugd, de ondeugd die haar wortels van lijden aan mijn zijde heeft gedrukt, sinds de jaren van onderscheid – die naar de hemel opklimt, me slaat, me omvergooit, me voortsleept.
 
. . De laatste onschuld en de laatste schuchterheid. Het is gezegd. Mijn walging en mijn verraad niet naar de wereld dragen.
 
. . Vooruit! De mars, de last, de verlatenheid, de verveling en de woede.
 
. . Wie mijn diensten aanbieden? Welk beest moet men aanbidden? Welk heilig beeld valt men aan? Welke harten zal ik breken? Welke leugen moet ik aanhouden? – In welk bloed marcheren?
 
. . Eerder, het gerecht vermijden. – Het lastige leven, de simpele verdierlijking, – opheffen, de vuist uitgemergeld, het deksel van de kist, gaan zitten, verstikken. Alzo geen ouderdom, noch gevaren: de angst is niet Frans.
 
. . – Ah! Ik ben zodanig verlaten dat ik om het even welk goddelijk beeld aanlopen naar de perfectie aanbied.
 
. . O mijn zelfverloochening, o mijn heerlijke naastenliefde! hier beneden, nochtans!
 
. . De profundis Domine, ben ik stom!
 
Submitted by Guernes on Wed, 08/11/2017 - 21:00
Author's comments:

Een Seizoen in de Hel 005

See also
Comments