Arthur Rimbaud - Une saison en enfer - 006 - Mauvais sang 05 (Dutch translation)

French

Une saison en enfer - 006 - Mauvais sang 05

. . Encore tout enfant, j’admirais le forçat intraitable sur qui se referme toujours le bagne ; je visitais les auberges et les garnis qu’il aurait sacrés par son séjour ; je voyais avec son idée le ciel bleu et le travail fleuri de la campagne ; je flairais sa fatalité dans les villes. Il avait plus de force qu’un saint, plus de bon sens qu’un voyageur — et lui, lui seul ! pour témoin de sa gloire et de sa raison.
 
. . Sur les routes, par des nuits d’hiver, sans gîte, sans habits, sans pain, une voix étreignait mon cœur gelé : « Faiblesse ou force : te voilà, c’est la force. Tu ne sais ni où tu vas ni pourquoi tu vas, entre partout, réponds à tout. On ne te tuera pas plus que si tu étais cadavre. » Au matin j’avais le regard si perdu et la contenance si morte, que ceux que j’ai rencontrés ne m’ont peut-être pas vu.
 
. . Dans les villes la boue m’apparaissait soudainement rouge et noire, comme une glace quand la lampe circule dans la chambre voisine, comme un trésor dans la forêt ! Bonne chance, criais-je, et je voyais une mer de flammes et de fumée au ciel ; et, à gauche, à droite, toutes les richesses flambant comme un milliard de tonnerres.
 
. . Mais l’orgie et la camaraderie des femmes m’étaient interdites. Pas même un compagnon. Je me voyais devant une foule exaspérée, en face du peloton d’exécution, pleurant du malheur qu’ils n’aient pu comprendre, et pardonnant ! — Comme Jeanne d’Arc ! — « Prêtres, professeurs, maîtres, vous vous trompez en me livrant à la justice. Je n’ai jamais été de ce peuple-ci ; je n’ai jamais été chrétien ; je suis de la race qui chantait dans le supplice ; je ne comprends pas les lois ; je n’ai pas le sens moral, je suis une brute : vous vous trompez… »
 
. . Oui, j’ai les yeux fermés à votre lumière. Je suis une bête, un nègre. Mais je puis être sauvé. Vous êtes de faux nègres, vous maniaques, féroces, avares. Marchand, tu es nègre ; magistrat, tu es nègre ; général, tu es nègre ; empereur, vieille démangeaison, tu es nègre : tu as bu d’une liqueur non taxée, de la fabrique de Satan. — Ce peuple est inspiré par la fièvre et le cancer. Infirmes et vieillards sont tellement respectables qu’ils demandent à être bouillis. — Le plus malin est de quitter ce continent, où la folie rôde pour pourvoir d’otages ces misérables. J’entre au vrai royaume des enfants de Cham.
 
. . Connais-je encore la nature ? me connais-je ? — Plus de mots. J’ensevelis les morts dans mon ventre. Cris, tambour, danse, danse, danse, danse ! Je ne vois même pas l’heure où, les blancs débarquant, je tomberai au néant.
 
. . Faim, soif, cris, danse, danse, danse, danse !
 
Submitted by Guernes on Wed, 01/11/2017 - 14:58
Last edited by Guernes on Thu, 09/11/2017 - 17:18
Align paragraphs
Dutch translation

Slecht bloed 05

. . Nog helemaal kind bewonderde ik de onhandelbare galeiboef voor wie zich altijd opnieuw de bagno sluit; ik bezocht de herbergen en de logeerkamers die hij door zijn verblijf zou hebben geheiligd; ik zag met zijn voorstelling de blauwe hemel en het fleurige werk van het platteland; ik bespeurde zijn noodlot in de steden. Hij had meer kracht dan een heilige, meer gezond verstand dan een reiziger – en hij, hij alleen! als getuige van zijn glorie en zijn gelijk.
 
. . Op de wegen, langs winternachten, zonder woonst, zonder kleren, zonder brood, beroerde een stem mijn bevroren hart: “Zwakheid of kracht: daar ben je, het is de kracht. Je weet niet waar je gaat, noch waarom je gaat, treed overal binnen, antwoord op alles. Men zal je niet meer doden dan indien je kadaver was.” ’s Morgens had ik een zo verloren blik en een zo dode houding, dat zij die ik ontmoet heb mij misschien niet hebben gezien.
 
. . In de steden leek de modder me plots rood en zwart, als een ruit wanneer de lamp zwaait in de naburige kamer, als een schat in het woud! Veel geluk, schreeuwde ik, en ik zag een zee van vlammen en van rook aan de hemel; en, links, rechts, alle rijkdommen vlammend als een miljard donders.
 
. . Maar de orgie en de vriendschap van de vrouwen waren me verboden. Zelfs geen metgezel. Ik zag me voor een verbitterde menigte, tegenover het executiepeloton, wenend van het ongeluk dat ze niet hebben kunnen begrijpen, en vergevend! – Als Jeanne d’Arc! – “”Priesters, professoren, meesters, jullie vergissen zich met me aan het gerecht over te leveren. Ik heb nooit behoord tot dit volk hier; ik ben nooit christen geweest; ik ben van het ras dat zong tijdens de marteling; ik begrijp de wetten niet; ik heb geen moreel gevoel, ik ben een bruut: jullie vergissen zich…”
 
. . Ja, mijn ogen blijven gesloten voor jullie licht. Ik ben een beest, een neger. Maar ik kan worden gered. Jullie zijn valse negers, jullie maniakken, wilden, vrekken. Handelaar, je bent een neger; magistraat, je bent een neger; generaal, je bent een neger; keizer, ouwe jeuk, je bent een neger; je hebt gedronken van een niet getaxeerd drankje, uit de slijterij van Satan. – Dit volk wordt bezield door de koorts en de kanker. Zwakken en ouderlingen zijn zodanig achtenswaardig dat ze vragen om gekookt te worden. – Het verstandigste is dit continent te verlaten, waar de waanzin rondzwerft om deze miserabelen van gijzelaars te voorzien. Ik betreed het ware koninkrijk van de kinderen van Cham.
 
. . Ken ik nog de natuur? ken ik me? – Geen woorden meer. Ik begraaf de doden in mijn buik. Schreeuw, trommel, dans, dans, dans, dans! Ik zie zelfs het uur niet waarop, terwijl de blanken ontschepen, ik ten prooi aan het niets zal vallen.
 
. . Honger, dorst, schreeuw, dans, dans, dans, dans!
 
Submitted by Guernes on Wed, 08/11/2017 - 21:05
Author's comments:

Een Seizoen in de Hel 006

See also
Comments