Arthur Rimbaud - Une saison en enfer - 007 - Mauvais sang 06 (Dutch translation)

French

Une saison en enfer - 007 - Mauvais sang 06

. . Les blancs débarquent. Le canon ! Il faut se soumettre au baptême, s’habiller, travailler.
 
. . J’ai reçu au cœur le coup de la grâce. Ah ! je ne l’avais pas prévu !
 
. . Je n’ai point fait le mal. Les jours vont m’être légers, le repentir me sera épargné. Je n’aurai pas eu les tourments de l’âme presque morte au bien, où remonte la lumière sévère comme les cierges funéraires. Le sort du fils de famille, cercueil prématuré couvert de limpides larmes. Sans doute la débauche est bête, le vice est bête ; il faut jeter la pourriture à l’écart. Mais l’horloge ne sera pas arrivée à ne plus sonner que l’heure de la pure douleur ! Vais-je être enlevé comme un enfant, pour jouer au paradis dans l’oubli de tout le malheur !
 
. . Vite ! est-il d’autres vies ? — Le sommeil dans la richesse est impossible. La richesse a toujours été bien public. L’amour divin seul octroie les clefs de la science. Je vois que la nature n’est qu’un spectacle de bonté. Adieu chimères, idéals, erreurs.
 
. . Le chant raisonnable des anges s’élève du navire sauveur : c’est l’amour divin. — Deux amours ! je puis mourir de l’amour terrestre, mourir de dévouement. J’ai laissé des âmes dont la peine s’accroîtra de mon départ ! Vous me choisissez parmi les naufragés ; ceux qui restent sont-ils pas mes amis ?
 
. . Sauvez-les !
 
. . La raison m’est née. Le monde est bon. Je bénirai la vie. J’aimerai mes frères. Ce ne sont plus des promesses d’enfance. Ni l’espoir d’échapper à la vieillesse et à la mort. Dieu fait ma force, et je loue Dieu.
 
Submitted by Guernes on Wed, 01/11/2017 - 15:12
Last edited by Guernes on Thu, 09/11/2017 - 17:20
Align paragraphs
Dutch translation

Slecht bloed 06

. . De blanken ontschepen. Het kanon! Men moet zich onderwerpen aan het doopsel, zich kleden, werken.
 
. . Ik heb in mijn hart de teug van de gratie ontvangen. Ah! ik had het niet voorzien!
 
. . Ik heb het kwade niet gedaan. De dagen zullen me licht vallen, de wroeging zal me gespaard blijven. Ik zal de kwellingen niet hebben gehad van de ziel die bijna stierf aan het goede, waar het strenge licht opklimt als de begrafeniskaarsen. Het lot van de familiezoon, kist vroegtijdig bedekt met heldere tranen. Zonder twijfel is de losbandigheid stom, is de ondeugd stom; men moet het rotte opzij gooien. Maar de klok zal er niet toe gekomen zijn om niets anders meer te luiden dan het uur van de zuivere smart! Zal ik weggerukt worden als kind, om te spelen in het paradijs in de vergetelheid van alle ongeluk!
 
. . Vlug! zijn er andere levens? – De slaap in de rijkdom is onmogelijk. De rijkdom is altijd openbaar goed geweest. Enkel de goddelijke liefde verschaft de sleutels van de wetenschap. Ik zie dat de natuur enkel een schouwspel van goedheid is. Vaarwel hersenschimmen, idealen, vergissingen.
 
. . Het redelijk gezang der engelen verheft zich van het reddende schip: het is de goddelijke liefde. – Twee liefdes! ik kan sterven van de aardse liefde, sterven van toewijding. Ik heb zielen achtergelaten van wie het leed zal groeien door mijn vertrek! U kiest me uit onder de schipbreukelingen, zijn zij die blijven niet mijn vrienden?
 
. . Red hen!
 
. . De rede is me gebaard. De wereld is goed. Ik zal het leven zegenen. Ik zal van mijn broeders houden. Het zijn geen kinderbeloftes meer. Noch de hoop te ontsnappen aan de ouderdom en aan de dood. God maakt mijn kracht, en ik loof God.
 
Submitted by Guernes on Wed, 08/11/2017 - 21:09
Author's comments:

Een Seizoen in de Hel 007

See also
Comments