Arthur Rimbaud - Une saison en enfer - 008 - Mauvais sang 07 (Dutch translation)

French

Une saison en enfer - 008 - Mauvais sang 07

. . L’ennui n’est plus mon amour. Les rages, les débauches, la folie, dont je sais tous les élans et les désastres, — tout mon fardeau est déposé. Apprécions sans vertige l’étendue de mon innocence.
 
. . Je ne serais plus capable de demander le réconfort d’une bastonnade. Je ne me crois pas embarqué pour une noce avec Jésus-Christ pour beau-père.
 
. . Je ne suis pas prisonnier de ma raison. J’ai dit : Dieu. Je veux la liberté dans le salut : comment la poursuivre ? Les goûts frivoles m’ont quitté. Plus besoin de dévouement ni d’amour divin. Je ne regrette pas le siècle des cœurs sensibles. Chacun a sa raison, mépris et charité : je retiens ma place au sommet de cette angélique échelle de bon sens.
 
. . Quant au bonheur établi, domestique ou non… non, je ne peux pas. Je suis trop dissipé, trop faible. La vie fleurit par le travail, vieille vérité : moi, ma vie n’est pas assez pesante, elle s’envole et flotte loin au-dessus de l’action, ce cher point du monde.
 
. . Comme je deviens vieille fille, à manquer du courage d’aimer la mort !
 
. . Si Dieu m’accordait le calme céleste, aérien, la prière, — comme les anciens saints. — Les saints ! des forts ! les anachorètes, des artistes comme il n’en faut plus !
 
. . Farce continuelle ! Mon innocence me ferait pleurer. La vie est la farce à mener par tous.
 
Submitted by Guernes on Wed, 01/11/2017 - 15:24
Last edited by Guernes on Thu, 09/11/2017 - 17:21
Align paragraphs
Dutch translation

Slecht bloed 07

. . De verveling is mijn liefde niet meer. De razernijen, de losbandigheden, de waanzin, waarvan ik alle kuren en kwellingen ken, – heel mijn last is neergelegd. Laten we zonder duizelen de uitgestrektheid van mijn onschuld waarderen.
 
. . Ik zou niet meer in staat zijn om de troost van stokslagen te vragen. Ik geloof niet ingescheept te zijn voor een bruiloft met Jezus Christus als schoonvader.
 
. . Ik ben geen gevangene van mijn rede. Ik heb gezegd: God. Ik wil de vrijheid in het heil: hoe haar nastreven? De frivole neigingen hebben me verlaten. Geen behoefte meer aan toewijding noch aan goddelijke liefde. Ik betreur de eeuw der gevoelige harten niet. Iedereen heeft zijn rede, misprijzen en naastenliefde: ik behoud mijn plaats aan de top van deze engelenladder van gezond verstand.
 
. . Wat betreft het gevestigd geluk, huiselijk of niet… nee, ik kan niet. Ik ben te liederlijk, te zwak. Het leven bloeit door de arbeid, oude waarheid: ik, mijn leven weegt niet zwaar genoeg, het vervliegt en dobbert ver boven de actie, dit geliefde punt van de wereld.
 
. . Wat word ik een oud meisje, om niet genoeg moed te hebben om van de dood te houden!
 
. . Indien God me de hemelse, luchtige kalmte, het gebed verschafte, – als de vroegere heiligen. – De heiligen! sterken! de kluizenaars, kunstenaars zoals men ze niet meer nodig heeft!
 
. . Voortdurende klucht! Mijn onschuld zou me doen huilen. Het leven is de klucht die we moeten opvoeren.
 
Submitted by Guernes on Wed, 08/11/2017 - 21:13
Author's comments:

Een Seizoen in de Hel 008

See also
Comments