Arthur Rimbaud - Une saison en enfer - 017 - L'impossible (Dutch translation)

French

Une saison en enfer - 017 - L'impossible

. . Ah ! cette vie de mon enfance, la grande route par tous les temps, sobre surnaturellement, plus désintéressé que le meilleur des mendiants, fier de n’avoir ni pays, ni amis, quelle sottise c’était. — Et je m’en aperçois seulement !
 
. . — J’ai eu raison de mépriser ces bonshommes qui ne perdraient pas l’occasion d’une caresse, parasites de la propreté et de la santé de nos femmes, aujourd’hui qu’elles sont si peu d’accord avec nous.
 
. . J’ai eu raison dans tous mes dédains : puisque je m’évade !
 
. . Je m’évade !
 
. . Je m’explique.
 
. . Hier encore, je soupirais : « Ciel ! Sommes-nous assez de damnés ici-bas ! Moi j’ai tant de temps déjà dans leur troupe ! Je les connais tous. Nous nous reconnaissons toujours ; nous nous dégoûtons. La charité nous est inconnue. Mais nous sommes polis ; nos relations avec le monde sont très-convenables. » Est-ce étonnant ? Le monde ! les marchands, les naïfs ! — Nous ne sommes pas déshonorés. — Mais les élus, comment nous recevraient-ils ? Or il y a des gens hargneux et joyeux, de faux élus, puisqu’il nous faut de l’audace ou de l’humilité pour les aborder. Ce sont les seuls élus. Ce ne sont pas des bénisseurs !
 
. . M’étant retrouvé deux sous de raison — ça passe vite ! — je vois que mes malaises viennent de ne m’être pas figuré assez tôt que nous sommes à l’Occident. Les marais occidentaux ! Non que je croie la lumière altérée, la forme exténuée, le mouvement égaré… Bon ! voici que mon esprit veut absolument se charger de tous les développements cruels qu’a subis l’esprit depuis la fin de l’Orient… Il en veut, mon esprit !
 
. . … Mes deux sous de raison sont finis ! — L’esprit est autorité, il veut que je sois en Occident. Il faudrait le faire taire pour conclure comme je voulais.
 
. . J’envoyais au diable les palmes des martyrs, les rayons de l’art, l’orgueil des inventeurs, l’ardeur des pillards ; je retournais à l’Orient et à la sagesse première et éternelle. — Il paraît que c’est un rêve de paresse grossière !
 
. . Pourtant, je ne songeais guère au plaisir d’échapper aux souffrances modernes. Je n’avais pas en vue la sagesse bâtarde du Coran. — Mais n’y a-t-il pas un supplice réel en ce que, depuis cette déclaration de la science, le christianisme, l’homme se joue, se prouve les évidences, se gonfle du plaisir de répéter ces preuves, et ne vit que comme cela ! Torture subtile, niaise ; source de mes divagations spirituelles. La nature pourrait s’ennuyer, peut-être ! M. Prudhomme est né avec le Christ.
 
. . N’est-ce pas parce que nous cultivons la brume ! Nous mangeons la fièvre avec nos légumes aqueux. Et l’ivrognerie ! et le tabac ! et l’ignorance ! et les dévouements ! — Tout cela est-il assez loin de la pensée de la sagesse de l’Orient, la patrie primitive ? Pourquoi un monde moderne, si de pareils poisons s’inventent !
 
. . Les gens d’Église diront : C’est compris. Mais vous voulez parler de l’Éden. Rien pour vous dans l’histoire des peuples orientaux. — C’est vrai ; c’est à l’Éden que je songeais ! Qu’est-ce que c’est pour mon rêve, cette pureté des races antiques !
 
. . Les philosophes : Le monde n’a pas d’âge. L’humanité se déplace, simplement. Vous êtes en Occident, mais libre d’habiter dans votre Orient, quelque ancien qu’il vous le faille, — et d’y habiter bien. Ne soyez pas un vaincu. Philosophes, vous êtes de votre Occident.
 
. . Mon esprit, prends garde. Pas de partis de salut violents. Exerce-toi ! — Ah ! la science ne va pas assez vite pour nous !
 
. . — Mais je m’aperçois que mon esprit dort.
 
. . S’il était bien éveillé toujours à partir de ce moment, nous serions bientôt à la vérité, qui peut-être nous entoure avec ses anges pleurant !… — S’il avait été éveillé jusqu’à ce moment-ci, c’est que je n’aurais pas cédé aux instincts délétères, à une époque immémoriale.!… — S’il avait toujours été bien éveillé, je voguerais en pleine sagesse !…
 
. . Ô pureté ! pureté !
 
. . C’est cette minute d’éveil qui m’a donné la vision de la pureté ! — Par l’esprit on va à Dieu.!
 
. . Déchirante infortune !
 
Submitted by Guernes on Sat, 04/11/2017 - 20:31
Last edited by Guernes on Thu, 09/11/2017 - 17:45
Align paragraphs
Dutch translation

Het onmogelijke

. . Ah! dit leven van mijn kindsheid, de grote weg door weer en wind, bovennatuurlijk sober, onbaatzuchtiger dan de beste der bedelaars, trots geen land, noch vrienden te hebben, wat een dwaasheid was dat. – En ik merk het pas!
 
. . – Ik heb gelijk gehad deze heertjes te verachten die geen kans tot strelen lieten liggen, parasieten van de reinheid en gezondheid van onze vrouwen, nu deze zo weinig overeenkomen met ons.
 
. . Ik heb gelijk gehad in al mijn minachting: aangezien ik ontsnap!
 
. . Ik ontsnap!
 
. . Ik verklaar me.
 
. . Gisteren nog verzuchtte ik: “Hemel! zijn we met genoeg verdoemden hier beneden! Ik ben al zo lang in hun troep! Ik ken ze allen. We herkennen elkaar altijd; we verafschuwen elkaar. De liefdadigheid is ons onbekend. Maar we zijn beleefd; onze relaties met de wereld zijn zeer welvoeglijk.” Is het te verwonderen? De wereld! de handelaars, de naïevelingen! – We zijn niet onteerd. – Maar de uitverkorenen, hoe zouden zij ons ontvangen? Welnu, er zijn kribbige en zelfvoldane mensen, valse uitverkorenen, aangezien we durf of nederigheid van doen hebben om hen te benaderen. Het zijn de enige uitverkorenen. Het zijn geen vleiers!
 
. . Nu ik twee centen rede heb teruggevonden – dat gaat vlug! – zie ik dat mijn narigheden komen van me niet rap genoeg ingeprent te hebben dat we in het Westen zijn. De westerse moerassen! Niet dat ik het licht gewijzigd waan, de vorm verzwakt, de beweging verdoold… Goed! ziehier dat mijn geest zich absoluut wil belasten met alle wrede ontwikkelingen die de geest heeft ondergaan sinds het einde van het Oosten… Hij wil er van, mijn geest!
 
. . …Mijn twee centen rede zijn op! – De geest is autoriteit, hij wil dat ik in het Westen ben. Ik zou hem het zwijgen moeten opleggen om te besluiten zoals ik wou.
 
. . Ik zond naar de duivel de palmen van de martelaars, de stralen van de kunst, de hoogmoed van de uitvinders, de gloed van de plunderaars; ik keerde naar het Oosten terug en naar de eerste en eeuwige wijsheid. – Het schijnt dat het een droom is van grove luiheid!
 
. . Nochtans dacht ik nauwelijks aan het plezier van te ontsnappen aan het moderne lijden. Ik beoogde niet de bastaardwijsheid van de Koran. – Maar is er geen echte marteling doordat, sinds deze verkondiging van de wetenschap, het christendom, de mens zich bedot, zich de evidenties bewijst, zich van het plezier deze bewijzen te herhalen opblaast, en slechts zo leeft! Subtiele foltering, en onnozel; bron van mijn geestelijke ontsporingen. De natuur zou zich kunnen vervelen, misschien! Hr. Burgermannetje is geboren met Christus.
 
. . Is het niet omdat we de mist cultiveren! We eten de koorts met onze waterige groenten. En de dronkenschap! en de tabak! en de onwetendheid! en de zelfopofferingen! – Is dit alles ver genoeg van de denkwijze van het Oosten, het oorspronkelijke vaderland? Waarom een moderne wereld, als zulke giffen worden uitgevonden!
 
. . De Kerkmensen zullen zeggen: Het is begrepen. Maar u wil spreken over Eden. Niets voor u in de geschiedenis van de oosterse volkeren. – Het is waar; het is aan Eden dat ik dacht! Wat is dit voor mijn droom, deze zuiverheid van de antieke rassen!
 
. . De filosofen: de wereld kent geen leeftijd. De mensheid verplaatst zich, eenvoudigweg. U bent in het Westen, maar vrij om te wonen in uw Oosten, een van vroeger dat u past. – en er goed te wonen. Wees geen overwonnene. Filosofen, u bent van uw Westen.
 
. . Mijn geest, let op. Geen gewelddadige heilsbesluiten. Oefen je! – Ah! de wetenschap gaat niet vlug genoeg voor ons!
 
. . – Maar ik stel vast dat mijn geest slaapt.
 
. . Indien hij klaar wakker was te beginnen vanaf nu, zouden we gauw bij de waarheid zijn, die ons misschien omringt met haar huilende engelen!... – Indien hij tot nu toe wakker was geweest, het is maar dat ik niet zou bezweken zijn voor de verderfelijke instincten, op een onheuglijk moment!...
– Indien hij altijd klaar wakker was geweest, zou ik zwalpen in volle wijsheid!...
 
. . O zuiverheid! zuiverheid!
 
. . Het is deze minuut van wakker zijn die me het visioen van de zuiverheid heeft gegeven! – Door de geest gaat men naar God!
 
. . Kwellend onheil!
 
Submitted by Guernes on Thu, 09/11/2017 - 19:21
Author's comments:

Een Seizoen in de Hel 017

See also
Comments