Arthur Rimbaud - Une saison en enfer - 020 - Adieu (Dutch translation)

French

Une saison en enfer - 020 - Adieu

. . L’automne déjà ! — Mais pourquoi regretter un éternel soleil, si nous sommes engagés à la découverte de la clarté divine, — loin des gens qui meurent sur les saisons.
 
. . L’automne. Notre barque élevée dans les brumes immobiles tourne vers le port de la misère, la cité énorme au ciel taché de feu et de boue. Ah ! les haillons pourris, le pain trempé de pluie, l’ivresse, les mille amours qui m’ont crucifié ! Elle ne finira donc point cette goule reine de millions d’âmes et de corps morts et qui seront jugés ! Je me revois la peau rongée par la boue et la peste, des vers plein les cheveux et les aisselles et encore de plus gros vers dans le cœur, étendu parmi les inconnus sans âge, sans sentiment… J’aurais pu y mourir… L’affreuse évocation ! J’exècre la misère.
 
. . Et je redoute l’hiver parce que c’est la saison du comfort !
 
. . — Quelquefois je vois au ciel des plages sans fin couvertes de blanches nations en joie. Un grand vaisseau d’or, au-dessus de moi, agite ses pavillons multicolores sous les brises du matin. J’ai créé toutes les fêtes, tous les triomphes, tous les drames. J’ai essayé d’inventer de nouvelles fleurs, de nouveaux astres, de nouvelles chairs, de nouvelles langues. J’ai cru acquérir des pouvoirs surnaturels. Eh bien ! je dois enterrer mon imagination et mes souvenirs ! Une belle gloire d’artiste et de conteur emportée !
 
. . Moi ! moi qui me suis dit mage ou ange, dispensé de toute morale, je suis rendu au sol, avec un devoir à chercher, et la réalité rugueuse à étreindre ! Paysan !
 
. . Suis-je trompé ? la charité serait-elle sœur de la mort, pour moi ?
 
. . Enfin, je demanderai pardon pour m’être nourri de mensonge. Et allons.
 
. . Mais pas une main amie ! et où puisser le secours ?
 
Submitted by Guernes on Sun, 05/11/2017 - 12:02
Last edited by Guernes on Thu, 09/11/2017 - 17:42
Align paragraphs
Dutch translation

Afscheid

. . De herfst reeds! – Maar waarom een eeuwige zon betreuren, als we uitgenodigd zijn bij de ontdekking van de goddelijke helderheid, – ver van de mensen die sterven op de seizoenen.
 
. . De herfst. Onze in de onbeweeglijke nevels verheven schuit wendt zich naar de haven van de miserie, de geweldige stad aan de met vuur en slijk bevlekte hemel. Ah! de verrotte lompen, het van regen doorweekte brood, de roes, de duizend liefdes die me gekruisigd hebben! Ze zal dus niet ophouden deze schrokkerige koningin van miljoenen zielen en dode lichamen die zullen worden beoordeeld! Ik zie mezelf opnieuw het vel verteerd door het slijk en de pest, van wormen vol de haren en de oksels en nog vettere wormen in het hart, uitgestrekt tussen de onbekenden zonder leeftijd,zonder besef…. Ik had er kunnen sterven… De afschuwelijke evocatie! Ik verfoei de miserie.
 
. . En ik ducht de winter want het is het seizoen van de troost!
 
. . – Soms zie ik aan de hemel stranden zonder einde bedekt met blanke volkeren in vreugde. Een groot gouden schip, boven mij, schudt zijn veelkleurige vlaggen onder de ochtendbries. Ik heb alle feesten, alle triomfen, alle drama’s bedacht. Ik heb getracht nieuwe bloemen uit te vinden, nieuwe sterren, nieuwe wezens, nieuwe talen. Ik heb geloofd bovennatuurlijke krachten te verwerven. Welnu! ik moet mijn verbeelding en mijn herinneringen begraven! Een mooi gewonnen roem als kunstenaar en verteller!
 
. . Ik! ik die mezelf magiër of engel heb genoemd, vrijgesteld van elke moraal, ik word overgeleverd aan de bodem, met een te zoeken plicht, en de te strijken gerimpelde werkelijkheid! Pummel!
 
. . Ben ik bedrogen? de liefdadigheid zou ze zuster zijn van de dood, voor mij?
 
. . Eindelijk, ik zal vergissing vragen omdat ik me gevoed heb met de leugen. En weg dan.
 
. . Maar geen bevriende hand! en waar hulp vinden?
 
Submitted by Guernes on Thu, 09/11/2017 - 19:42
Author's comments:

Een Seizoen in de Hel 020

See also
Comments